Dynamiek: golfbeweging, drijfveren en verbindingen van het proces
|
| v De samenhang van processen |
| v Uiterste grenzen: procesreeksen zonder begin of einde? |
| v Op de grens van innerlijk en omgeving, van verleden en toekomst |
| v Hoe kan een proces doen wat het te doen heeft? Een overzicht |
| v Functies: waar subprocessen beginnen |
| v De werking van functies tussen proces en subproces |
| v Subprocessen en ruimte-tijd |
| ^ |
De samenhang van processenAls mens heb ik via mijn moeder en via mijn vader de menselijke eigenschappen
meegekregen waarmee ik in deze tijd en ruimte mijn functie als deel van de mensheid uit
moet oefenen. Een mens is, net als een dier, een plant of een theekopje, een proces. Een rivier en
een berg, een vis en een school vissen, een vriend en een groep vrienden, een directeur en
een bedrijf, een huis net zo goed als de stadswijk is een proces. Een proces is een geheel van subprocessen en zo is een mens behalve een proces met
onderdelen ook een subproces binnen een groter geheel. Van meerdere grotere gehelen zelfs.
Een mens is tegelijk een subproces van het mensdom als van een groep vrienden, van de
mensen in een bedrijf, van de bewoners van een stadswijk en van vele andere processen. De
grotere gehelen waar een mens deel van uitmaakt stellen hun eigen doelen en voorwaarden. |
![]() |
| Processen geven, via hun functies, aan hun ondergeschikte
deelprocessen altijd een doel of voorwaarde mee. Daar horen een te gebruiken patroon en
een eigen set functies bij, die samen de karakteristieke werkwijze voor de ontwikkeling
van dat doel vormen. Een systeem is een complex geheel van dingen; het gebruikt een proces met een begin, een einde en subprocessen om de door een groter moeder- of basissysteem gegeven opdracht uit te voeren. De term systeem wordt vooral in de fysica gebruikt en benadrukt het materiële aspect van de wereld, het ding zelf met zijn onderdelen. De term proces benadrukt de immateriële zijde, de werkzaamheid met de functies en hun onderlinge relaties. In de praktijk is het onderscheid soms niet te maken en kunnen de begrippen zonder probleem door elkaar heen worden gebruikt. Ik ga ervan uit dat alles proces is, dat alles wordend is, en geef er de voorkeur aan om vanuit de werkzaamheid te blijven denken. Ik zal slechts bij uitzondering de term systeem gebruiken. Als onze hele
wereld bestaat uit processen die aan hun ondergeschikte processen altijd een doel meegeven
dan moeten wij vaststellen dat wij ons in een gedetermineerde situatie bevinden. [ noot ] De consequenties
die dit heeft ten aanzien van de inhoud van begrippen als, bij voorbeeld, afhankelijkheid,
aanpassing, opvoeding, leren, vrijheid, nut, gebruiken, oordelen, rechten, normen en
kiezen zijn ingrijpend. De bespreking daarvan kan interessant worden. Ik kom daar later op
terug. |
| ^ |
Uiterste grenzen: procesreeksen zonder begin of einde?Als we nog even blijven stilstaan bij de relatie tussen processen, dan zien we dat er reeksen ontstaan met aan de beide uiteinden van het geheel een vreemde situatie. Immers, de reeks zoals die volgt uit de definitie dat een proces een geheel is met subprocessen kan geen begin en geen einde hebben. Dat blijft maar doorgaan. Maar dat strookt absoluut niet met de idee van een heelal, of van een universum dat, zoals de naam zegt, alles omvat. Eindeloosheid strookt ook niet met de idee van elementaire deeltjes. Die zouden, omdat ze elementair zijn, immers geen subprocessen meer gebruiken. Het universum zou geen gewoon proces of systeem kunnen zijn, een elementair deeltje evenmin. [ noot ] Een eindeloze reeks van processen? Ik denk dat wij ons, in de eerste plaats, moeten realiseren dat moeilijk is vast te stellen of de limiet van de menselijke kenvermogens samenvalt met de werkelijkheid. Wij kunnen alleen maar constateren dat de menselijke kenvermogens een grens stellen aan onze dagelijkse werkelijkheid. Een voorbeeld: de meeste dieren hebben zintuigen die op de onze lijken. Toch zijn er soorten die meer of juist minder zien of horen dan wij. Zoals de dieren en planten in de diepzee, waar geen licht doordringt, waar de druk enorm hoog is en waar de temperatuur op sommige plaatsen enorm hoog kan zijn, aangepast zijn aan de omstandigheden die hun werkelijkheid uitmaken. Dat een bepaalde diersoort bepaalde kleuren niet waar kan nemen betekent nog niet dat die kleuren niet bestaan. De soort heeft ze gewoon niet nodig. Zo beperken onze kenvermogens onze wereld tot de ruimte-tijd van 3+1 dimensies. De werkelijke wereld kan heel anders gedimensioneerd zijn. Misschien kan ons begripsvermogen zich uitbreiden door het onderzoeken van de grenzen van de werkelijkheid maar onze kenvermogens en ons voorstellingsvermogen dwingen ons tot bescheidenheid. Onze vermogens zullen zich niet zo snel aanpassen omdat kennis van die grenzen geen direct effect heeft op het zien, ruiken, voelen, enzovoort van onze dagelijkse omgeving. Het komt er op neer dat, in deze zine althans, ik de natuurkundigen volg in de
constatering dat deze limieten bestaan. Het hoe en wat van deze uitersten valt buiten het
bestek van dit onderdeel van de behandeling van het proces. Ik constateer ook dat er een
andere grens in ons dagelijks leven bestaat die zo belangrijk is dat we hem beslist beter
moeten leren kennen. |
| ^ |
Op de grens van innerlijk en omgeving, van verleden en toekomstHeeft U zich wel eens voorgesteld in welke vreemde situatie wij ons als mens bevinden?
Enerzijds zijn er de wisselvalligheden in de processen om ons heen, in die wereld die ons
jachtterrein is, die wij uitdagen om te leren wat we nodig hebben voor onze ontwikkeling.
Anderzijds is er de zekerheid binnen het eigen proces met zijn unieke verwevenheden,
contrasten en tegendelen dat, op alle niveaus, bezig is te worden wat alleen dit
proces worden kan. Als mens bevinden wij ons op de grens tussen de macroscopische wereld
om ons heen die tot de rand van het heelal of het universum reikt en onze eigen innerlijke
wereld die tot de grens van de microscopische subprocessen reikt. |
![]() |
| Ik vraag mij af hoe concreet die grens is. Waarschijnlijk is deze ruimtelijk even
ongrijpbaar als het begrip 'heden' in de tijd dat ons steeds ontglipt. Het is - denk ik -
geen grens tussen leven en dood, anders zou de grens alleen voor levende wezens bestaan.
Een grens van wel of niet bewust zijn is dan net zo min het geval. Aangezien het een grens
tussen de innerlijke ruimte-tijd en de omgevings ruimte-tijd is die alle processen
betreft, ook rotsstructuren, instituties, theekopjes en denkprocessen, moet het een wordingsgrens zijn. Ook in psychologische zin is het een grens waar
het uniek eigene, door aanpassingen naar aanleiding van ervaringen in de omgeving,
'verwikkeld' raakt en zich ontwikkelt. Een psychologie die op de hier beschreven
uitgangspunten is gebaseerd zou procespsychologie kunnen worden genoemd. Het lijkt mij
waarschijnlijk dat een mens die bewust wil leven en die ziet in welke ingewikkelde en soms
verwarrende situatie hij of zij zich bevindt, al over informatie over en een redelijke
ervaring met processen in zijn omgeving beschikt. Die mens is bezig zichzelf niet alleen
te ontwikkelen maar ook beter te leren kennen. Die mens heeft kennis nodig over zijn
relatie met zijn omgeving en zal daarnaast inzicht in zijn eigen proces en de samenhang
van zijn eigenschappen willen hebben. Om te begrijpen hoe het allemaal werkt moeten we vooral ook weten hoe het eigen proces
in elkaar steekt en hoe de verschillende onderdelen bij voorkeur samenwerken. Daarom geef
ik eerst een algemeen overzicht van de belangrijkste gegevens over het proces met zijn
cyclische golfbeweging, zijn drijfveren en hun subprocessen, en zijn unieke interne
verbindingen. |
| ^ |
Hoe kan een proces doen wat het te doen heeft? Een overzichtElk proces doet wat het moet doen omdat het een doel heeft. Elk proces is uniek. De
Matterhorn is een andere berg dan de Kilimanjaro of de Everest. Een proces is uniek in die
zin dat het een eigen doel en werkwijze heeft meegekregen uit een moederproces waaruit het
daar en toen is ontstaan. Daaruit volgt dat een proces onmogelijk anders dan subjectief
kan zijn in de realisering van zijn doel. Een proces handhaaft altijd de eigen integriteit
ook al kunnen verkeerd begrepen leerprocessen het tegenovergestelde suggereren. Dank zij
zijn capaciteit om het effect van subprocessen en de reacties vanuit de ervaringswereld in
te schatten kan het proces de verwezenlijking van zijn doel plannen. Een proces kan zijn doel verwezenlijken omdat de unieke combinatie van middelen die het
bij zijn zelfstandig worden heeft meegekregen voldoende is. Het doel ligt in zijn
eigenschappen besloten. De eigenschappen en het doel van een proces zijn in ruimte en tijd
beperkt. Ruimtelijk is het proces bepaald door evolutionaire factoren: het bestaat uit
rubber of beton of los zand of vlees en bloed; het kan armen of takken of vleugels of
vinnen ontwikkelen. In de tijd is het bepaald door omgevingsfactoren: de combinatie van
onderdelen die beschikbaar is bij het beginnen als zelfstandig proces en in de tijd
daarna. Een proces kan doen wat het wil doen doordat het beschikt over inherente dynamiek, een
geheugen en een omgeving. De contrasten tussen de fasen brengen een natuurlijke
meervoudige golfbeweging teweeg die de stuwkracht Een proces doet wat het wil doen omdat het een georganiseerd geheel is van onderdelen
als fasen, patronen van vormen van actie, functies en subprocessen die op een unieke
manier onderling verbonden zijn en die wisseling van perspectief mogelijk maken. Ieder
proces beschikt over dezelfde onderdelen en functies als andere processen. In de praktijk
passen een rots of een staat of een dier, door hun verschillende aard, de onderdelen van
het proces verschillend toe. Informatie wordt wel altijd overgedragen, maar niet altijd
door het uitspreken of typen van woorden. Bijen schijnen informatie over richting en
plaats van honing met behulp van bewegingen over te brengen. Na deze algemene karakteristieken van het proces zijn we nu toe aan een overzicht van
de functies en enkele belangrijke subprocessen. |
| ^ |
Functies: waar subprocessen beginnenElk proces gebruikt zijn functies om subprocessen te starten. Functies zijn de drijfveren van een proces. Ieder proces is ontstaan doordat een eerder proces een functie heeft gebruikt en daarmee een subproces in gang heeft gezet. Zo werkt de evolutie, zo ontstaat een idee of theorie, zo draait de aarde om de zon, zo worden kinderen geboren. De werkgebieden van functies zijn algemeen gedefinieerd, als potentiële eigenschappen zonder nuanceringen. Ieder proces gebruikt dezelfde functies. Om toch een uniek proces te kunnen zijn en tot het eigen doel te kunnen geraken moeten functies dus op een karakteristieke manier worden ontwikkeld. Een functie heeft, hoewel hij gespecialiseerd is en blijft in zijn werkgebied, een, voor dat proces of systeem, eigen karakter als volgt meegekregen:
Een functie wordt - in de loop van het proces - geactiveerd en de functie initieert een
subproces. Om meer te weten te komen over aard en type van functies en subprocessen gaan we even terug naar het proces. Binnen het proces vindt in de fasen de behandeling van de innerlijke drijfveren (in de eigen ruimte-tijd) en de ervaringen uit de omgevingswereld (uit de omgevings ruimte-tijd) plaats. In gewone taal betekent dat dat een mens innerlijk zigzagt tussen facetten uit de omgeving en van binnenin zichzelf. Vanuit, bijvoorbeeld, een gelegenheid zoeken om een plannetje uit te voeren, houd hij zich achtereenvolgens innerlijk bezig met
De ordening van de fasen in vier groepen is een meervoudige combinatie van twee maal
twee groepen die op drie manieren worden gebruikt. De ordening is gebaseerd op de
uitgangspunten van het proces zoals die in deel 2 van de structuurlijn, ZZZine #6, sumier zijn geformuleerd en in volgende delen in
beschrijvingen van het proces worden uitgewerkt.
|
| ^ | |
De werking van functies tussen proces en subprocesDe combinatie, dat is de plaats en de onderlinge relatie, van de functies binnen een proces bepalen de eigenschappen, het karakteristiek eigene van een proces en zijn subprocessen.
De beginfunctie valt altijd samen met het beginpunt van een proces. De beginfunctie is
actief geweest op het allereerste moment waarop het proces ontstond, zoals bijv. de
geboorte van een kind. De drijfveer om te beginnen is weer actief, telkens als het proces
opnieuw in contact treedt met zijn omgevingswereld, zoals steeds bij het beginnen aan een
nieuwe dag of bij het beginnen aan iets nieuws. |
|
| De functies staan verspreid over het proces. Elke functie heeft een bepaalde plaats in het basisproces van een mens of een ding. De functies staan, op verschillende manieren, in verbinding met de onderdelen van het basisproces: zijn fasen en zijn andere functies. Dit betekent dat, zodra bijv. functie A wordt geactiveerd, het subproces volgens het eigen patroon van die functie zal verlopen, dat alle andere functies ten opzichte van functie A in een andere fase terecht zijn gekomen waar zij dus ander werk verrichten maar dat wel nog steeds op hun eigen manier doen. Functie B heeft in de ontwikkeling van functie A en in al diens subprocessen een andere plaats dan in de ontwikkeling en de subprocessen van functie C. Dit geldt ook voor de overige functies. | ![]() Een overzicht van de 5 voorbeelden. |
| Het resultaat van het proces van bijv. functie A komt op het einde altijd
terug naar de functie zelf en daarmee naar de fase in het basisproces waar functie A zich
in bevindt. Stel, bijvoorbeeld, dat iemand iets wil zeggen. De overdrachtsfunctie wordt
geactiveerd en begint een subproces. Als de persoon klaar is met praten komt het proces
terug naar de opdrachtgevende functie, en daarmee naar de fase in het basisproces dat de
overdrachtsfunctie inschakelde. Dat basisproces kan dan verder gaan met zijn volgende
fase. |
|
| ^ |
Subprocessen en ruimte-tijdEen functie of eigenschap ontwikkelt zich in de loop van de tijd. 'Ontwikkelt zich'
betekent dat het zelf een wordingsproces is. Het is een subproces van het basisproces
waarbinnen het functioneert. Een proces verloopt altijd cyclisch; het kan zich ontwikkelen
omdat het leert van zijn ervaring uit het verleden. Dit is mogelijk onder meer dank zij
zijn geheugen, de vermogens om terug te koppelen en om consistent te zijn. Soms wordt een subproces een zelfstandig proces. Dat is het
geval als het subproces, zoals wij dat gewoonlijk zeggen, een eigen leven gaat leiden, als
het zich als zelfstandige eenheid manifesteert. In feite meldt het zich aan bij een ander
proces om daar deel van te gaan uitmaken. Het meest bekende voorbeeld is een baby die
zich, op het moment van de geboorte, als zelfstandig wezen aan de mensheid presenteert.
Bij de aanvangstoestand op die plaats en tijd hoort een coördinatenstelsel met unieke
eigenschappen waarover het als proces zelfstandig kan beschikken. Ondanks zijn
zelfstandigheid blijft het wel, als subproces, deel uitmaken van de ontwikkeling van zijn
moeder en van zijn vader. Het onderscheid is, in feite, relatief. Het hangt af van het
standpunt van waaruit het wordt bekeken. |
| Hiermee is het algemene overzicht van de onderdelen van het proces voltooid. Het lijkt
mij het duidelijkst om volgende keer te beginnen met de structuur van het menselijk proces
met de onderlinge verbindingen tussen de onderdelen die het proces een eigen karakter
verlenen, zijn functies en subprocessen. Vanuit de beelden die dat oplevert zal het
waarschijnlijk mogelijk zijn om parallellen te trekken naar de verbinding van het proces
met zijn omgevingswereld. Een gecompliceerde materie waarin ik zal proberen de orde die er
is te ontdekken. |