Familiebanden
|
| v Idealen zijn om te groeien |
| v Verhaal: 'Dichtbij en veraf' |
| v Mijn ideaal is om gevoelens en waarden creatief te verkennen |
| v
Bespreking van het verhaal: De interpreteer- en uitbreidings-, zelfbesturings- en consistentie-functies |
| v Wat doe ik er nu mee? |
| ^ |
Idealen zijn om te groeienDe meeste mensen hebben hun idealen. Zij richten zich op dingen die voor hun belangrijk
zijn maar waarvan het er in eerste instantie niet toe doet of ze te verwezenlijken zijn.
Voordat een ideaal hard kan worden gemaakt moet het worden verkend. Het kan iemand's
ideaal zijn om verbondenheid te begrijpen. Zo is het mijn ideaal om me verbonden te voelen
met iemand, al is het maar even, en om ons beider verschillend zijn te leren begrijpen.
Daar zoek ik al naar vanaf het begin. Vanaf het eerste begin is gehechtheid aan mensen een
wezenlijke en subjectieve behoefte voor mij. Ik denk dat ik mijn moeder eindeloos met
vragen heb bestookt, onophoudelijk bij haar aandacht en warme nabijheid heb gezocht. Tot
vervelens toe voor haar maar nooit genoeg voor mij. |
| v |
Dichtbij en veraf"De dag dat mijn vader was gestorven zat ik 's avonds alleen op mijn slaapkamer en huilde. Ik hoopte dat moeder nog naar mij toe zou komen en zou zeggen dat ze niet langer boos op mij was. Dat gebeurde niet. Toen ik 's middags om kwart over twaalf uit school thuis kwam en de trap oprende mocht ik de ziekenkamer niet in. Vader was gestorven. Hij was al lang ziek. Na twee zware operaties in 1944 had hij tuberculose opgelopen. De dagen en weken voor hij stierf had ik elke avond bij zijn bed in het zijkamertje gezeten. Hij wilde graag iemand bij zich hebben en ik was de enige die bij hem kon zijn. Ik had immers niet zo veel huiswerk, vergeleken met mijn oudere broer. Ik was elf jaar. We luisterden samen naar de radio. Ik herinner me nog sommige episodes van een hoorspelserie. Als het hoorspel voor half tien was afgelopen vond moeder het goed dat ik zolang opbleef. Soms zei hij iets naar aanleiding van wat er op de radio was. Het was in het najaar van 1946 en het electrisch kacheltje brandde. Korte tijd voor hij stierf had hij ons allemaal bij elkaar geroepen en afscheid genomen. Ik herinner mij niet wat hij tegen de anderen zei, alleen dat hij mij tot mijn stomme verbazing vroeg of ik goed voor moeder wilde zorgen. Na het avondeten waren moeder, Jan en ik en mijn kleine broertje Wil en zusje Lia samen
in de kamer. Toen drong het tot mij door dat ik nu en nooit meer naar hem toe kon gaan en
bij hem kon zijn. Ik denk dat ik begon te huilen. Misschien was het mijn huilen, maar er
gebeurde iets wat aanleiding was dat ik werd weggestuurd. De woorden waren: 'Jij kunt geen
verdriet hebben zoals wij. Wij hebben verdriet. Jij hebt altijd bij pappie kunnen zitten
en wij niet. Ga nou ook maar weg'. Ik ben naar mijn kamer gegaan. Het was er koud." |
| v |
Mijn ideaal is om gevoelens en waarden creatief te verkennenMet vader's dood was zijn functie voor mijn leven voorbij, althans wat zijn fysieke
aanwezigheid betrof. Hij betekende alles voor mij, ik hield van hem en hij duidelijk van
mij. Hij trok zelfs vaak blindelings tegenover mijn broertje partij voor mij. Ik weet dat
hij een sterk rechtvaardigheidsgevoel had maar blijkbaar controleerde hij de feiten niet
altijd op het laatste moment! Toen hij er niet meer was om naar toe te rennen, wat ik
altijd deed, voelde ik me weliswaar alleen en in de steek gelaten maar hij bleef altijd
mijn houvast. Ik voelde en wist dat hij zonder voorwaarden van mij had gehouden. |
| ^ | |
Bespreking van het verhaal |
Dit onderdeel nu even overslaan? |
| Mijn openingsproces dat het introverte Schorpioen patroon volgt is,
behalve in eerdere delen van de verhalenlijn, besproken in ZZZine
#5. Omdat deze benadering al meerdere keren aan de orde is geweest lijkt dit mij een
geschikt moment om een nieuwe techniek toe te passen. In ZZZine #16
heb ik zo'n mogelijkheid aangekondigd die in ZZZine #19 verder
zal worden uitgewerkt. Deze methode gaat er, kort gezegd, van uit dat elke menselijke
eigenschap zich volgens een eigen proces ontwikkelt. Die eigenschappen en processen staan,
dat spreekt wel vanzelf, niet los van elkaar maar zij zijn verweven en vormen een geheel.
We kunnen van elke factor in de geboortekaart het proces afzonderlijk bekijken en vinden
daarin steeds alle andere factoren in andere fasen en dus in andere functies terug. We
kiezen letterlijk een andere invalshoek. In onderstaande teksten bekijken we de functies van interpreteren, van zelfbesturing en van consistentie in mijn geboortekaart, samen met de gereedschappen in de vorm van de eigenschappen waarmee aspecten worden gemaakt. Ter vergelijking kunt U, als U de aanwijzer op het plaatje van de betreffende functie brengt, steeds het proces van de openingsfunctie bekijken ofwel van mijn initiatieven naar de omgeving. |
|
Beknopte beschrijving naar aanleiding van het verhaal |
Informatie over begrippen en symbolen (beweeg de cursor over de link) |
| ^ | |
Eigen ervaringen interpreterenDe betekenis van Jupiter is het verkennen van het eigen doel, is groei en herstel. Dit is het begin- en eindpunt van het proces van zich idealen stellen, van geloven in mogelijkheden, van gebeurtenissen interpreteren naar het ofwel overgenomen ofwel eigen kader van doelstellingen, van de eigen soepelheid en veerkracht toepassen. De kaart van het proces van mijn benadering van de wereld (klik op het plaatje rechts)
geeft aan dat ik de interpreteerfunctie actief kan inzetten in de eerste fase daarvan. De
aspecten die de uitbreidings- en interpreteerfunctie maakt verbinden hem met andere
functies in de laatste vier fasen van het eigen proces. Kort samengevat komt het erop neer
dat ik, in wisselwerking met die vier functies, essentiële ervaringen initiëer waarmee
later, in die laatste fasen, aan de objectivering van de doelstelling, dus aan zingeving,
kan worden gewerkt. |
Jupiter of de uitbreidings- en interpreteerfunctie:Vanuit de ASCENDANT of de openingsfunctie gezien, bevindt Jupiter zich in de 1e fase. |
| - Het doel van dit proces is kernachtig en praktisch te zijn. Voor deze
extraverte functie gebruik ik immers het introverte Schorpi- oenpatroon (behandeld in de patronenlijn). De behoefte om mijn ervaringen in de omgeving te interpreteren,
om te groeien en te herstellen, heeft een onderzoekend karakter: |
- JUPITER in de 1e fase in SCHORPIOEN, begin- en eindpunt van het proces van interpretatie, groei en herstel, is met andere functies verbonden via de volgende aspecten: |
De openingsfunctie, de naar de essentie zoekende relatie met de buitenwereld, bevindt zich bij de uitbreidings- en interpreteerfunctie op de achtergrond, in de oplossingsfase. Omgekeerd bevindt de uitbreidings- en interpreteerfunctie zich in de eerste fase van de openingsfunctie en kan daar gemakkelijk naar buiten worden gebracht. Naar de kern zoeken is het doel dat beide functies gemeen hebben. De besturingsfunctie en de consistentiefunctie houden zich binnen het interpretatieproces
bezig met respectievelijk gestructureerd kennis verzamelen en in gelijkwaardigheid vaste
voet proberen te krijgen. |
De ASCENDANT bevindt zich in dit proces van interpretatie van
ervaringen in SCHORPIOEN in de 12e fase (en maakt geen aspect met
Jupiter).
De ZON in de 3e fase in STEENBOK, noch SATURNUS in de 4e fase in WATERMAN, maken een aspect met Jupiter. |
| ^ | |
Mijn individualisering zelf besturenDe Zon, het symbool van zelfbesturing om individualiteit (in de betekenis van: onverdeelde tweevoudigheid) te bereiken, als begin en doel van het proces van het willen sturen van de ontwikkeling van het wezenlijk eigene in eenheid met zijn omgeving. In de huidige tijd wil ieder mens zichzelf verwezenlijken en in zijn omgeving een eigen plaats verwerven. De kaart van het proces van mijn benadering van de wereld (klik op het plaatje rechts)
geeft aan dat het symbool van zelfbesturing, de kwaliteit waar het in wezen bij
ieder mens om draait, stevig onder druk staat door moeilijke aspecten met drie belangrijke
functies. De aspecten die de zelfbesturingsfunctie maakt verbinden hem met functies in de
fasen een, drie en zes van het eigen proces. Kort samengevat komt het erop neer dat ik, in
wisselwerking met die drie functies, innerlijk zelf werk aan de ontwikkeling van mijn
individualiteit met behulp van zelfbesturing. |
De Zon of de zelfbesturingsfunctie:Vanuit de ASCENDANT of de openingsfunctie gezien, bevindt de Zon zich in de 3e fase. |
- Het doel van dit proces is om consequent te zijn. Voor deze extraverte
functie gebruik ik immers het introverte Steenbokpatroon (behandeld in de patronenlijn). De behoefte om mijzelf te besturen heeft het
karakter van afstandelijk, voorzichtig en stapje voor stapje vormgeven:
De relatie met de buitenwereld, nodig om ervaringen op te doen, is hier een functie van
de 10e fase: de haalbaarheid en consistentie van de eigen sturingsmaatregelen toetsen. Het
gebruikt het introverte Schorpioenpatroon en neemt dus kernachtige en praktische
initiatieven, niet speciaal tactvol maar eerder provocerend tenzij Jupiter (uitbreiden en
interpreteren) wordt geactiveerd. |
- De ZON in de 1e fase in STEENBOK,
begin- en eindpunt van het proces van zelfbesturing om te komen tot individualiteit, is
met andere functies verbonden via de volgende aspecten:
De ASCENDANT en JUPITER bevinden zich in dit proces van zelfbesturing in de 10e fase in SCHORPIOEN (en maken geen aspecten met de Zon). |
| ^ | |
Consistent betekenis en vorm gevenDe betekenis van Saturnus is het realistisch vormgeven aan de zorg en verantwoordelijkheid voor zichzelf. In (ontwikkelings-) psychologische zin houdt dat in het bepalen van en in praktijk brengen van de eigen grenzen en het overwinnen van angsten die veelal in de jeugd ontstaan. Dit streven naar consistentie en volwassenheid gebeurt door sturing in de tijd, door het geëigende 'ingebouwde' beveiligingssmechanisme stapje voor stapje toe te passen en de teugels of aan te halen of te vieren. Het objectief hier is van het hoogste belang voor de persoon, hier zoekt men de grootst mogelijke perfectie van zichzelf. De kaart van het proces van mijn benadering van de wereld (klik op het plaatje rechts)
geeft aan dat deze eigenschap een belangrijke plaats inneemt door moeilijke aspecten met
drie van de belangrijkste functies. De aspecten die de consistentiefunctie maakt
verbinden hem met functies in de fasen twaalf, drie, vijf en zes van het eigen proces.
Kort gezegd komt het erop neer dat ik, in wisselwerking met vijf functies, innerlijk en op
de achtergrond voorzichtig zoek naar wegen om zin te geven aan mijn leven en dat objectief
probeer te realiseren. |
Saturnus of de consistentiefunctie:Vanuit de ASCENDANT of de openingsfunctie gezien, bevindt Saturnus zich in de 4e fase. |
- Het doel van dit proces is om gelijkwaardigheid te bereiken. Voor deze
introverte functie gebruik ik immers het extraverte Watermanpatroon (behandeld in de patronenlijn). De behoefte om consistent te zijn heeft het
karakter van vernieuwen en over grenzen heengaan:
|
- SATURNUS in de 1e fase in WATERMAN, begin- en eindpunt van het proces van zingeving, begrenzing en consistentie, is met andere functies verbonden via de volgende aspecten: |
| Het openingsproces, de naar de essentie zoekende relatie met de
buitenwereld, is hier een functie van de 9e fase: verkennend naar meer mogelijkheden voor
groei, zingeving, begrenzing en consistentie zoeken. Het gebruikt het introverte
Schorpioenpatroon en begint dus met kernachtige en praktische initiatieven, niet speciaal
tactvol maar eerder provocerend, terwijl ik met Jupiter (uitbreiden en interpreteren)
verhalen kan vertellen. De 9e fase met daarin de Ascendant en Jupiter bevindt zich in het consistentieproces in het teken Weegschaal en voedt de 12e fase via de planeet Venus (de referentie- of aanpassingsfunctie). |
De ASCENDANT en JUPITER bevinden zich in dit proces van zingeving, consistentie en volwassen worden in SCHORPIOEN in de 9e fase (er zijn geen aspecten met Saturnus). |
| ^ |
Wat doe ik hier nu mee?
|