Het fysieke proces als model voor meer individuele processen
|
| v Inleiding: Hoe processen zouden kunnen verlopen |
| v
Hoe een fysiek proces verloopt Voorbeeld: Een appel eten |
| v
Hoe een keuzeproces verloopt Voorbeeld: Roken of stoppen met roken, verloop A en B |
| v Expliciete en impliciete keuzes binnen processen |
| v Herkenbaar gedrag |
| ^ |
Inleiding: Hoe processen zouden kunnen verlopenWat ik zo buitengewoon vind aan het menselijke systeem is dat het zo flexibel is. Dat
hoeft niet te verbazen: mensen kunnen en moeten buitengewoon flexibel zijn. Bedenk maar
eens hoeveel soepelheid we nodig hebben: als we onszelf eerst in de problemen hebben
gebracht, of laten brengen, moeten we ons daar later met de nodige moeite uit
omhoogwerken. Mensen kunnen niet anders dan groeien en het individu worden dat alleen zij
kunnen worden! Het maakt mij nieuwsgierig naar de structuur van het proces dat de flexibiliteit bezit om een eigen manier van doen te hebben en, als we dat willen, ons in staat stelt om die manier van doen ook bewust aan te passen aan onze of andermans wensen en behoeften. Ieder mens kent dat hele proces en herkent het. De structuur van het proces is moeilijk herkenbaar in individueel gedrag, terwijl het logisch is dat we het al wel gebruiken in natuurlijke processen. De vorm van het proces is gelijk voor fysieke processen, zoals eten en drinken, en voor geestelijke processen, zoals tot besluiten komen en besluiten nemen die ons gedrag bepalen. In een fysisch proces, zoals dat in het spijsverteringsstelsel plaats vindt, volgen we het volledige proces in alle onderdelen. In ons individuele gedrag van het dagelijks leven echter hoeven we het proces niet in alle onderdelen op een rij te volgen. Met betrekking tot onze activiteiten is het volledige proces als het ware het ideale
model ervan, het biedt de volle mogelijkheden van menselijk gedrag. Het individuele
patroon, dat in de aanvang een gedeeltelijk proces is, is zowel het zout in de pap van
menselijke voorkeuren als de bron van alle onenigheid en ongeluk waarmee de
geschiedenisboeken gevuld zijn. Waar het individuele patroon zowel het gemak als de
valkuil van de routine geeft, biedt het volledige proces de volledige ruimte-tijd aan met
alle mogelijkheden die iedereen ter beschikking staan, maar die niemand cadeau krijgt. |
| ^ |
Hoe een fysiek proces verlooptHet menselijke proces, het basis proces dat mensen van nature gebruiken, kan het best worden geïllustreerd met een voorbeeld. Zoals ik al zei mogen we aannemen dat lichamelijke processen het volledige proces volgen. Als voorbeeld volgt hieronder het proces van het eten van een appel. Het eten van een appel
Inmiddels is er zoveel tijd verlopen sinds de bewuste hap is genomen dat er geen appel
meer over is om in te bijten. Dit geeft aan dat terwijl dit proces bezig is,
tegelijkertijd andere processen kunnen of soms moeten lopen, bijvoorbeeld als de ene hap
is doorgeslikt kan een tweede hap volgen. |
| ^ |
Hoe een keuzeproces verlooptHet is u waarschijnlijk opgevallen dat vier fasen in het fysieke proces mogelijkheid tot correctie bieden. Na de eerste fase, waaraan een beslissing voorafgegaan moet zijn, ligt vooral in de tweede fase een duidelijke keuzemogelijkheid. We slikken of we slikken niet en spugen dan de hap weer uit, als we een keer aan het proces zijn begonnen. Hier en tot in de maag bevestigen we de keuze om een appel te eten. Het proces verloopt altijd zo, er wordt geen stap overgeslagen, tenzij bij ziekte van het systeem. Het is automatisch als een lopende band die, eenmaal in werking gezet, een standaard product aflevert. Zoals het eten van (een hap van) een appel iets anders is dan het besluit om een appel
te gaan eten, zo is het drinken van een kop koffie iets heel anders dan het besluit een
kop koffie te gaan drinken. Aan fysische processen als eten of drinken gaan altijd
besluitvormende processen vooraf. Om te verduidelijken hoe de praktijk van het uitvoeren van het besluit om te stoppen
met roken er uitziet, heb ik gekozen voor het voorbeeld van het voornemen om een kopje
koffie te gaan drinken. Het typische aan willen stoppen met roken is dat het op momenten
gerealiseerd moet worden die binnen andere, veelal sociale, processen vallen. We moeten er
aan denken op al die momenten waarop we gewoon waren om te roken: 's morgens op de rand
van ons bed of als we gespannen zijn, als we geconcentreerd bezig zijn of als we ons
ontspannen: bij de koffiepauze, na het eten, tijdens een gezellige bijeenkomst. We moeten
er aan denken juist op momenten dat we met andere dingen bezig zijn. |
| ^ |
Keuzeproces: Roken of stoppen met roken, verloop A en BIn deze twee kolommen stel ik naast elkaar het verloop bij wel en bij niet voorbereid
stoppen met roken. |
A. Ik heb mij erop voorbereid om te stoppen met roken. Ik heb me
gerealiseerd in welke omstandigheden ik gewend ben te roken en me vaak zelfs niet bewust
ben van het feit dat ik een sigaret heb opgestoken. Ik weet ook dat ik op kantoor naar een
andere koffiekamer moet dan ik gewend ben en heb een plannetje gemaakt om dat aan te
pakken.
|
B. Ik ben niet voorbereid (of: ik heb mezelf wel voorbereid op wat me te wachten staat maar het loopt mis omdat ik mijn aandacht er in het begin toch niet bij kan houden: mijn chef begint een gesprek en biedt mij een kop koffie aan).
|
| In voorbeeld B (rechts) is het voornemen niet toegepast. We hebben gezien dat in fase 7 de werkelijke ervaringen plaatshebben. Dit zijn in feite reeksen van subprocessen met hun bijbehorende sub-subprocessen. Als ik, voorafgaand aan dit bepaalde proces, onverwacht verwikkeld raak in een ander proces (bijvoorbeeld een collega spreekt me aan over het werk en stelt voor koffie te gaan drinken) dan zal het koffie-drinken-proces plotseling tot subproces van dit nieuwe besluit worden en kan ik, helemaal geconcentreerd op andere dingen buiten mij, mijn grip op de situatie verliezen. Omdat we starten vanaf een einde moet het einde niet alleen een idee maar een degelijk plan in mijn referentiekader zijn. Voor fase twee, waar we teruggrijpen op dat eigen referentiekader, hebben we aandacht voor onszelf en dus tijd nodig. |
| ^ |
Expliciete en impliciete keuzes binnen processenStel nu eens dat er in de omgeving van dat moment, in een van de subprocessen in fase
7, wel iets of iemand was dat of die me aan mijn voornemen herinnerde. Stel dat ik
wroeging kreeg en er een belletje ging rinkelen? Wat dan? Dan ontstaat de vraag of ik de
confrontatie met anderen of met feitelijke ervaringen die bij het beslissingsproces om te
stoppen met roken horen alsnog aanga of niet. Normaal, dat wil zeggen, zonder rekening te
houden met de persoonlijke manier van doen die in een beslissingsproces een bepalende rol
speelt, komt dit expliciet aan de orde in de 8e fase. Hier vindt de confrontatie plaats
tussen het ervaren van de waarde van de omgeving met mijn eigen gevoelens over mijn
voornemen. Hier sta ik voor de keuze of ik ruimte neem voor mijn eigen voornemen of niet.
Het is dan een kwestie van ja of nee, alles of niets. Dat is slechts een ruwe beschrijving uit de praktijk. Nu de theoretische versie. Inderdaad vindt in fase 8, bij het kiezen, afwijzing of verwerping van het ene of het andere plaats: het is ja of nee. Echter,
Dit leidt tot de conclusie dat het niet mogelijk is om één fase aan te wijzen die het
belangrijkst is in het uitvoeren van een beslissing (door een keuze te maken in de 8e
fase). In een voorafgaand beslissingsproces is de 10e fase cruciaal omdat daar de
werkelijke voorbereiding zijn beslag moet krijgen. In het uitvoeringsproces kan de 2e fase
als cruciaal worden beschouwd omdat, zonder aandacht voor eigen motieven of plannen, alle
volgende fasen de informatie uit het geheugen moeten missen. In fase 6 gaat het minder om
'Wat heb ik te bieden en wat heb ik nodig?' dan om 'Welke bijdrage wordt bij de komende
interactie van mij verwacht?'. De interactie in fase 7 wordt dan overwegend door de
omgeving bepaald. |
| ^ |
Herkenbaar gedragTerwijl het eten of drinken van iets, hoe automatisch ook verricht, altijd het
volledige proces volgt, kunnen we in een beslissingsproces wel fasen overslaan. Het proces
is dan dynamisch te hanteren, we kunnen zelfs tussen de fasen bewegen. Dat doen we op een
karakteristieke manier waaraan we herkenbaar zijn. Het is ons individueel patroon. De ene
mens springt van de eerste fase 'Beginnen', direct naar de 6e fase 'Hoe werkt het?', 'Doe
ik het goed?', een ander springt direct na het begin naar de 9e fase 'Voegt het iets toe
aan mijn verhaal?', 'Kan ik er wat van leren?', en zo zijn er vele mogelijkheden, evenveel
als er fasen zijn. Je kunt zelfs aanvankelijk blijven steken in de eerste fase of je kunt
van nature doorgaan naar fase 2 en zo misschien voor veel van de beschreven problemen
gespaard blijven door altijd vanaf het begin impliciet de eigen motieven en doelen in te
sluiten. |
![]() |
| We passen de formule iets anders toe en als gevolg daarvan zal ons karakter een iets
andere vorm gaan vertonen. De automatische piloot wordt vervangen door een meer
onafhankelijke opstelling dan daarvoor. In zo'n geval wordt de reactie vanuit de omgeving
op ons gedrag ook anders. Dat kan zowel negatief als positief zijn. Niet iedereen zal
bereid zijn om onze flexibiliteit te volgen en de voorkeur geven aan de zekerheid van
bekend oud gedrag. Waarschijnlijk worden we ons meer bewust van onze afhankelijkheden en
onze vrijheid in relaties met mensen. In de patronenlijn wordt
het onderwerp individualiteit en dynamiek uitvoerig behandeld. |